
Misschien herken je dit.
Je zorgverlener werkt nog steeds hetzelfde aantal uren. Het uurloon is niet veranderd. Toch loopt je budget in 2026 harder terug dan in 2025.
Dus ga je rekenen. Uren maal uurloon. Je telt het op. Je doet het nog een keer, want je zult toch ergens een fout hebben gemaakt. En nog een keer.
De uitkomst blijft niet kloppen met wat er van je budget af gaat.
Je rekent niet verkeerd. Tot en met 2025 was jouw berekening precies goed. Sinds 1 januari 2026 klopt hij niet meer, en dat ligt niet aan jou.
Waarom ik dit uitzoek
Jarenlang deed ik het pgb van mijn moeder. Ik wist dat er werkgeverslasten bestonden, ik had ze alleen nooit scherp. Het leven komt ertussen, alles lijkt te lopen, en je kijkt er pas naar als er een aanleiding is.
Zoals bijna iedereen die dit doet, bouwde ik er op een gegeven moment mijn eigen systeem voor. Dat werkte, en ik was er ook wel trots op. Het liet me alleen steeds zien wat er al met het budget gebeurd was, terwijl ik eigenlijk wilde weten waar ik aan het eind van het jaar zou uitkomen.
Wat er in 2026 verandert is nieuw, en het grijpt dieper in dan wat ik destijds tegenkwam. Daarom heb ik de regeling en de toelichting er zelf bij gepakt, in plaats van af te gaan op wat er zoal over rondgaat.
Waarom je berekening tot en met 2025 klopte
Of je werkgeverspremies moest afdragen, hing tot eind 2025 af van hoeveel dagen per week je zorgverlener werkte.
Werkte zij drie dagen per week of minder, dan viel ze onder de Regeling dienstverlening aan huis. Die regeling zonderde haar uit van de werknemersverzekeringen: geen recht op een uitkering bij ziekte, werkloosheid of arbeidsongeschiktheid. De keerzijde daarvan was dat jij voor haar ook geen premies verschuldigd was. Wat er dus niet bij kwam, waren die premies. Uren maal uurloon was voor die situatie gewoon de juiste berekening.
Werkte zij vier dagen per week of meer, dan gold die uitzondering niet en droeg je die premies altijd al af.
Per 1 januari 2026 is die uitzondering verdwenen. Voor zorgverleners van drie dagen of minder geldt nu hetzelfde als voor hun collega’s die meer werkten. En dat is precies de groep die bij heel veel budgethouders de zorg levert.
Zit je in die situatie, dan is er niets veranderd aan je zorg, je uren of je afspraken. Alleen aan wat diezelfde zorg kost.
Wat er nu bovenop komt
Ben je werkgever, dan betaal je premies voor je zorgverlener: voor de werkloosheidswet, voor arbeidsongeschiktheid, voor ziekte, en een bijdrage aan de zorgverzekeringswet. Die kosten staan niet op het loonstrookje van je zorgverlener, want zij krijgt ze niet. Ze komen bovenop haar brutoloon, en ze gaan van je pgb af.
Dat heten werkgeverslasten. In de toelichting op de regeling staat dat ze rond de 20 procent van het loon bedragen.
Stel je hebt met je zorgverlener 23 euro bruto per uur afgesproken en zij werkt 10 uur per week. Bruto is wat er in de zorgovereenkomst staat, vóór de loonheffing die van haar salaris af gaat. De werkgeverslasten komen daar nog bovenop en betaal jij.
Zoals de berekening er tot en met 2025 uitzag: 23 × 10 = 230 euro per week, ongeveer 1.000 euro per maand.
Zoals hij er in 2026 uitziet: 23 × 10 = 230 euro, plus 20 procent werkgeverslasten, is 276 euro per week. Ongeveer 1.200 euro per maand.
Ongeveer 200 euro per maand, bijna 2.400 euro over een jaar, bij één zorgverlener van tien uur per week. Heb je er drie in dienst, dan gaat het over een bedrag waarvoor je maanden zorg had kunnen inkopen.
Krijgt je zorgverlener een maandloon in plaats van een uurloon, dan werkt het net zo. Het percentage gaat over het brutoloon, hoe dat ook is opgebouwd.
Die 20 procent is een gemiddelde. De SVB rekent in 2026 met twee percentages, 17,54 en 22,54 procent, afhankelijk van de situatie. Welke voor jou geldt, ga ik niet raden, want dat hangt van je eigen situatie af en het wijzigt jaarlijks.
Je hoeft het ook niet te raden. Op de loonstroken die de SVB maakt staan de loonkosten voor die periode uitgesplitst, met de werkgeverslasten als aparte regel naast het loon. Deel die twee op elkaar en je hebt je eigen percentage, zwart op wit. Kom je er niet uit, dan kan de SVB je vertellen welk tarief voor jouw zorgovereenkomst geldt.
Hoe vakantiegeld en vakantie-uren zijn geregeld, verschilt per contract. Bij sommigen zit het verwerkt in het uurloon, bij anderen komt het er apart bovenop. Hoe dan ook telt het mee in het brutoloon waarover de werkgeverslasten worden berekend, dus je eigen loonstrook geeft altijd het juiste beeld.
Gaat het om een zorgovereenkomst van opdracht in plaats van een arbeidsovereenkomst, dan spelen werkgeverslasten niet. Dat is het geval bij een eerste- of tweedegraads familielid of je partner, bij een zzp’er of freelancer, en bij een zorginstelling.
Waarom dit uitgerekend nu gebeurt
Er is nog een reden waarom je hier zo weinig duidelijkheid over vond toen je ging zoeken.
In maart 2023 oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat de uitzondering niet door de beugel kon. Zorgverleners werden er slechter van, en het gaat vrijwel altijd om vrouwen. Volgens de rechter komt dat neer op indirecte discriminatie. Daarop kwam er een wetsvoorstel om de uitzondering te schrappen, per 1 januari 2026.
En toen ging het schuiven. De SVB had haar systemen al aangepast om vanaf die datum werkgeverslasten te kunnen reserveren. Toen duidelijk werd dat de wet 1 januari niet zou halen, was die aanpassing niet meer terug te draaien.
Het gevolg is dat de SVB sinds 1 januari 2026 werkgeverslasten inhoudt op pgb’s, vooruitlopend op een wetswijziging die de Tweede Kamer in februari 2026 heeft aangenomen, maar die eind juli 2026 nog bij de Eerste Kamer ligt. Wordt de wet aangenomen, dan gaat hij met terugwerkende kracht gelden tot 1 januari 2026.
Het geld ging dus al weg voordat de regel die het verklaart bestond. Dat is waarom je nergens een sluitend antwoord vond, en waarom niemand in je omgeving het je kon uitleggen.
Krijg ik compensatie, en wanneer merk ik daar iets van
Er is compensatie, en in de zomer van 2026 is er eindelijk beweging in gekomen. Hoe dat voor jou uitpakt, hangt af van welke wet je budget betaalt.
Wet langdurige zorg. Eind mei 2026 is de regeling gepubliceerd en de zorgkantoren zijn aan de slag gegaan. Budgethouders die er recht op hebben, zouden voor eind juli een brief van hun zorgkantoor krijgen met een nieuwe toekenningsbeschikking waarin de compensatie is verwerkt. Je hoeft niets aan te vragen. Denk je dat je er recht op hebt en heb je geen brief gehad, dan is je zorgkantoor het adres.
Zorgverzekeringswet, met salarisadministratie via de SVB. Voor deze groep is de regeling op 15 juli 2026 gepubliceerd. De brief komt vanaf half augustus 2026, van het ministerie van VWS. Het bedrag gaat naar je zorgverzekeraar, die het aan je pgb toevoegt.
Zorgverzekeringswet, zonder salarisadministratie via de SVB. Declareer je rechtstreeks bij je zorgverzekeraar, dan houdt de SVB op dit moment ook geen werkgeverslasten in op je budget. Er gaat dus voorlopig niets extra’s af, en daarom is er ook nog niets te compenseren. Voor jou verandert er nu niets. Wanneer dat wel gebeurt, is nog niet bekend.
Wmo en Jeugdwet. Hier gaat het per gemeente. Gemeenten hebben van het rijk extra geld gekregen om budgethouders te compenseren, maar het verloopt niet automatisch zoals bij de Wlz en de Zvw. Het is aan jou om het met je gemeente te regelen, en een aantal gemeenten heeft aangegeven niet te gaan compenseren. Bellen is dus de route, en dat het geld al aan gemeenten is overgemaakt, is daarbij een bruikbaar gegeven.
De compensatie loopt in alle gevallen over 2026 en 2027.
Wat de compensatie wel en niet dekt
Zo ver het goede nieuws. Er zitten drie dingen aan vast die je niet vanzelf ziet.
Nieuwe zorgverleners tellen niet mee. De compensatie geldt alleen voor mensen die je op 31 december 2025 al in dienst had. Sluit je in 2026 een overeenkomst, dan is daar geen compensatie voor. De redenering van het ministerie is dat je bij het aangaan van die overeenkomst kon weten dat de regels veranderd waren.
Concreet: neem je in het najaar van 2026 iemand aan, dan komt die 20 procent volledig uit je eigen budget, terwijl iemand met een collega uit 2024 voor dezelfde zorg wel gecompenseerd wordt. Heb je een vacature open staan, dan is dit het getal dat je erbij moet hebben voordat je een uurloon afspreekt.
Je beschikking gaat omhoog, maar er is geen ruimte bij gekomen. Je toekenningsbeschikking wordt verhoogd met het compensatiebedrag, dus je ziet een groter budget staan. Dat bedrag is bedoeld voor de werkgeverslasten en voor niets anders. Wie die verhoging leest als extra ruimte voor zorg, komt in december op precies dezelfde plek uit als iemand die niets kreeg.
Het compensatiebedrag is berekend op je vorige jaar. Hier gaat het alleen over het bedrag dat erbij komt. Je pgb zelf blijft gebaseerd op je indicatie of beschikking, en daar verandert dit niets aan.
Voor de Wlz berekent het zorgkantoor de compensatie op basis van het brutoloon dat in 2025 aan je zorgverlener is betaald, met de aanname dat de uren in 2026 ongeveer gelijk blijven. Daar gaat de wettelijke pgb-indexatie van 5,17 procent overheen, en er wordt gerekend met het hoge tarief van 22,54 procent. Op die punten is de berekening ruim.
Waar het misgaat, is als 2026 er anders uitziet dan 2025. Zijn de uren van je zorgverlener gestegen, of was 2025 een ongewoon jaar door langdurige ziekte of een opname, dan is de basis te laag en valt de compensatie te laag uit. Je kunt het zorgkantoor dan om een hoger bedrag vragen, maar het uitgangspunt is dat het toegekende bedrag voldoende is tenzij jij gemotiveerd aantoont dat het dat in jouw situatie niet is.
Het loont dus om niet alleen te kijken óf je compensatie krijgt, maar ook waarop die is gebaseerd.
Waar dit in september op uitkomt
In de toelichting op de regeling staat de verwachting dat de eerste budgethouders in september 2026 merken dat hun pgb voor het einde van het jaar op is. Dat staat er niet als waarschuwing aan budgethouders, maar als reden waarom de compensatie er moest komen.
Dat is ook het echte probleem. Niet dat werkgeverslasten bestaan, want daar valt mee te leven zodra je ermee rekent. Het probleem is dat je ze meestal pas ziet als het jaar al ver onderweg is, op een moment dat je nog maar weinig kunt bijsturen. In maart kun je nog schuiven met uren. In november zijn de keuzes op.
Wat er na 2027 gebeurt, weet op dit moment niemand. Daar is nog geen besluit over genomen en er worden opties voor structurele compensatie verkend. Bij de internetconsultatie was dat ook de grootste zorg: als de compensatie na twee jaar stopt, zouden budgethouders met hun zorgverleners moeten gaan onderhandelen over een lager uurloon, in een arbeidsmarkt waarin zorgverleners al schaars zijn.
Vier dingen die je hierna kunt beslissen
Geen stappenplan, want jouw situatie ken ik niet. Wel de vier momenten waarop dit artikel iets waard wordt.
Bellen of niet. Heb je die brief van je zorgkantoor of van VWS gehad? Zo niet, en denk je dat je er recht op hebt, dan is dat een telefoontje waard. Bij Wmo of Jeugdwet moet je sowieso zelf bellen.
Je percentage vastleggen. Pak één loonstrook per zorgverlener, deel de werkgeverslasten door het loon, en schrijf het op. Daarna hoef je nooit meer te schatten.
Opnieuw rekenen, vooruit. Niet wat je hebt uitgegeven, maar wat een volle maand nu kost met dat percentage erbij, en wat dat over de resterende maanden doet.
Wachten of ingrijpen. Als die berekening laat zien dat het krap wordt, dan is nu het moment dat je nog iets kunt veranderen. In november is dat moment voorbij.
Tot slot
Toen ik het pgb van mijn moeder beheerde, keek ik vooral terug. Wat was er uitgegeven, wat was er nog over. Dat voelde als grip, en dat was het niet.
De vraag die ertoe doet is of je uitkomt in december als je op dit tempo doorgaat. Die vraag beantwoord je vooruit, niet achteruit, en het is de enige die je in september nog iets kan opleveren.
Dat is uiteindelijk de reden dat ik PGB Planner heb gebouwd.
Jasin Tairaidrissi beheerde jarenlang het pgb van zijn moeder. Met PGB Planner helpt hij budgethouders vooruitkijken of hun budget het jaar haalt.
Bronnen
- Staatscourant 2026, nr. 19766 wijziging van de Regeling langdurige zorg in verband met de Regeling dienstverlening aan huis, 29 mei 2026, inclusief toelichting.
- Staatscourant 2026, nr. 25254 Beleidsregel compensatie Zvw-budgethouders, 15 juli 2026.
- Uitspraak Centrale Raad van Beroep 30 maart 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:481.
- Kamerstukken 36 744 Wetsvoorstel Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis.
- SVB informatie over de wijziging van de arbeidsovereenkomst per 2026.
- Compensatie werkgeverslasten pgb Wlz Per Saldo, 1 juli 2026.
- Compensatie werkgeverslasten pgb Zvw Per Saldo, 16 juli 2026.
Regels en percentages rond werkgeverslasten wijzigen jaarlijks, en over de situatie na 2027 is nog niet besloten. Controleer voor je eigen situatie altijd de actuele informatie bij de SVB, je zorgkantoor, je gemeente of je zorgverzekeraar. Deze tekst is bijgewerkt op 1 augustus 2026.